Artikel 13 - Einde van de arbeidsovereenkomst bij arbeidsongeschiktheid

Lid 1

Na 104 weken ziekte van de werknemer kan de werkgever met toestemming van het UWV de arbeidsovereenkomst met de werknemer beëindigen. Het UWV zal toestemming verlenen als de werkgever voldaan heeft aan zijn re-integratie-verplichtingen, herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is en herstel van de werknemer niet binnen 26 weken te verwachten is.

Lid 2

Een werkgever mag een arbeidsovereenkomst met een werknemer niet opzeggen als een werknemer ziek is, tenzij de arbeidsongeschiktheid ten minste 104 weken heeft geduurd. Die termijn wordt verlengd met de duur van het tijdvak waarmee UWV de termijn van loonbetaling heeft verlengd.

Lid 3

Als de werknemer niet of onvoldoende meewerkt aan zijn re-integratie, kan de werkgever de loonbetaling inclusief de aanvulling staken mits hij de werknemer vooraf schriftelijk waarschuwt. Als de werknemer het niet eens is met het oordeel van de bedrijfsarts, wijst de werkgever hem op de mogelijkheid van het aanvragen van een second opinion bij een andere bedrijfsarts. Als de werknemer blijft weigeren om mee te werken aan zijn re-integratie en er is een deskundigenoordeel aangevraagd, geldt het opzegverbod bij ziekte niet. In dat geval kan de arbeidsovereenkomst met toestemming van het UWV worden beëindigd.