Artikel 31 - Onwerkbaar weer

Lid 1

Er is sprake van onwerkbaar weer als de (gebruikelijke) werkzaamheden als gevolg van buitengewone natuurlijke omstandigheden niet verantwoord en/of veilig door de werknemer uitgevoerd kunnen worden of als de kwaliteit van de (gebruikelijke) werkzaamheden als gevolg van de hiervoor bedoelde omstandigheden niet geborgd kan worden. De leidinggevende beoordeelt in overleg met de betrokken werknemer(s) of sprake is van onwerkbaar weer en wanneer en hoe lang als gevolg hiervan niet gewerkt kan worden. Hiervan is in ieder geval sprake als de opdrachtgever de werkzaamheden stillegt.

Lid 2

Als een werknemer ten gevolge van onwerkbaar weer zijn werkzaamheden niet kan verrichten, is ongeacht de tijdsduur van die omstandigheden:

  1. de werkgever gehouden het feitelijk loon door te betalen;
  2. de werknemer gehouden voor de werkgever andere werkzaamheden op het bedrijf te verrichten;
  3. de werknemer gehouden in te stemmen met aangepaste werktijden (zoals bij hitte), waarbij werknemer geen aanspraak kan maken op een onaangename uren toeslag.

Lid 3

In afwijking van lid 2 sub a. en artikel 7:628 lid 1 BW bestaat geen verplichting tot doorbetaling van het feitelijk loon wanneer niet gewerkt kan worden als gevolg van:

  1. vorst, ijzel, sneeuwval zoals nader bepaald in lid 4 sub a.;
  2. overvloedige regenval zoals nader bepaald in lid 4 sub b.;
  3. hoog water of andere buitengewone natuurlijke omstandigheden zoals nader bepaald in lid 4 sub c.;
    en:
  4. het volgende aantal wachtdagen is verstreken:
    • bij vorst, ijzel of sneeuwval: twee werkdagen in de periode van 1 november tot en met 31 maart;
    • bij overvloedige regenval: 19 werkdagen per kalenderjaar;
    • andere buitengewone natuurlijke omstandigheden: twee werkdagen per kalenderjaar.

Lid 4

Voor het vaststellen van een norm onder sub a t/m c is bepalend de meting van het KNMI weerstation in het postcodegebied waarin het werkobject, waar de werknemer werkzaam is of zou zijn, zich bevindt

  1. Vorst, ijzel of sneeuwval in de periode van 1 november tot en met 31 maart.
    Er is sprake van vorst als één of meer van de volgende vorstnormen is gehaald:
    • de gemeten temperatuur is tussen 00.00 uur en 07.00 uur lager geweest dan -3° Celsius;
    • de gemeten temperatuur is om 07.00 uur en om 09.00 uur -0,5° Celsius of lager;
    • de gemeten temperatuur is om 09.00 uur -1,5° Celsius of lager;
    • de vorst zit om 09.30 uur nog aan de grond;
    • de gevoelstemperatuur is om 09.30 uur volgens de meting van 09.00 uur -6,0° Celsius of lager. Hierbij hoeft geen sprake te zijn van vorst;
    • er sprake is van een uitrijverbod voor mest, op grond van artikel 3 en 3a van het Besluit gebruik meststoffen Staatsblad 2001, 479;
      Er is sprake van ijzel volgens de meting van het KNMI-weerstation in het postcodegebied waarin het werkobject, waar de werknemer werkzaam is of zou zijn, zich bevindt.
      Er is sprake van sneeuwval als de sneeuw, ongeacht de hoeveelheid, minimaal 24 uur blijft liggen.
  2. Van overvloedige regenval is sprake als het in het postcodegebied waarin de werknemer werkzaam is op een werkdag tussen 07:00 uur en 19:00 uur tenminste 300 minuten regent. Deze informatie is te vinden op: https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/automatische-weerstations
  3. Andere buitengewone natuurlijke omstandigheden:
    • storm: windkracht 8 schaal Beaufort of hoger
    • hitte: 35⁰ Celsius of hoger of 5 aaneengesloten dagen een dagtemperatuur 27⁰ Celsius of hoger;
      of:
    • 3 dagen aaneengesloten: nachttemperatuur >18⁰ Celsius en dagtemperatuur >30⁰ Celsius;
    • een lange periode van droogte waardoor gewassen niet of onvoldoende groeien dan wel niet of nauwelijks geoogst kunnen worden;
    • wateroverlast ten gevolge van overstroming van rivieren, sloten e.d. maar ook regelmatige regenval en/of stortbuiten waardoor het werkobject niet toegankelijk is of wanneer het werkobject wel toegankelijk is maar uit kwaliteitsoogpunt de opdrachtgever geen toestemming geeft het werkobject te betreden;
    • de gevolgen van vorst of sneeuw het werken onmogelijk of onveilig maken;
    • de opdrachtgever het werk heeft stilgelegd omwille van de veiligheid van de werknemers of omdat de kwaliteitsnormen niet gehaald kunnen worden wegens de weersomstandigheden.

Lid 5

Wanneer de werkgever op grond van lid 3 niet verplicht is om het feitelijk loon door te betalen, kan de werkgever in het kader van de Regeling onwerkbaar weer namens de werknemer een WW-uitkering aanvragen bij het UWV.

Hierbij geldt dat:

  1. op een bij UWV gemelde dag de werkgever de werknemer geen (vervangende) werkzaamheden mag laten uitvoeren of een derde voor de gebruikelijke werkzaamheden van de werknemer inzetten.
  2. de werkgever de WW-uitkering van de betrokken werknemer aanvult tot 100% van het feitelijk loon.
  3. samenloop van de UWV-uitkering in het kader van onwerkbaar weer met een uitkering uit het Overbruggingsfonds is uitgesloten.
  4. als er geen sprake is van KNMI cijfers die het onwerkbare weer onderbouwen de werkgever zelf documentatie/foto’s bewaart om eventueel op een later moment te kunnen aantonen waarom het werk geen doorgang kon vinden.

Lid 6

Als de werkgever geen WW-uitkering aanvraagt of als de aanvraag door het UWV wordt afgewezen, is lid 2 van toepassing en is de werkgever gehouden om het feitelijk loon door te betalen.

Lid 7

  1. Van iedere dag waarop door een werknemer door weersomstandigheden zoals benoemd in lid 4. van dit artikel de arbeid niet kan worden verricht doet de werkgever conform de uitvoeringsvoorschriften melding bij het UWV middels het daarvoor door het UWV beschikbaar gestelde formulier. Hij meldt daarbij per werknemer voor welk  aantal arbeidsuren op welke werklocatie de arbeid niet kan worden verricht, alsmede de functie van de werknemer en de reden voor het niet kunnen verrichten van de arbeid.
  2. De melding door werkgever bij UWV dient wegens de omstandigheden genoemd in lid 4a en c van dit artikel op dezelfde dag door het UWV vóór 10.00 uur in de ochtend te zijn ontvangen.
  3. De werknemer moet vóór 10.00 uur in de ochtend bericht ontvangen, dat hij die dag vanwege weersomstandigheden niet op het werk hoeft te verschijnen dan wel om die reden door zijn werkgever daadwerkelijk naar huis is gestuurd. Tevens informeert de werkgever de werknemer dat hij een ww-uitkering namens hem aanvraagt.

Lid 8

Verschil van mening bij koud weer

  1. Werkt de werknemer bij koud weer in de buitenlucht? En wordt hij het met de werkgever niet eens over de vraag of het onwerkbaar weer is? Dan heeft de werknemer die bij zijn werk direct is blootgesteld aan de buitenlucht, het recht om te stoppen met werken als ten minste een van de volgende twee situaties zich voordoet: 
    • de gevoelstemperatuur is -6° Celsius of lager (het hoeft niet per se te vriezen) en/of
    • het vriest en één of meer van de volgende omstandigheden doet zich voor:
      - de werkgever heeft geen winter-/doorwerkkleding ter beschikking gesteld;
      - de rijwegen of looppaden op de werkplek zijn niet begaanbaar;
      - er ligt een laag sneeuw op de werkplek die niet met eenvoudige middelen kan worden verwijderd.
  2. Als om 9.30 uur ten minste één van beide situaties zich nog steeds voordoet, mag de werknemer de werkplek verlaten. Of dit het geval is, wordt bepaald door de meting van 9.00 uur door het KNMI-weerstation in het postcodegebied van de werkplek. Een overzicht met deze weerstations per postcodegebied is te vinden op de website van het KNMI.