Artikel 43 - Cao-loon voor de beroepsbegeleidende leerweg (BBL)

Lid 1

De BBL-leerling wordt gedurende de opleiding volgens de in lid 3 genoemde tabel ingedeeld in de betreffende functiegroep met bijbehorend cao-loon.

Lid 2

De BBL-leerling heeft een arbeidsovereenkomst van maximaal 80%.


Lid 3

Voor een BBL-leerling die jonger is dan 21 jaar, dient op de in lid 4 genoemde beloning het percentage zoals vermeld in Artikel 35 Lid 3 te worden toegepast.

Lid 4

BBL/oplei-dingsniveau

opleiding

functie waarvoor opgeleid wordt

inschaling tijdens de opleiding

beloning tijdens de opleiding

1

     

WML

2

Medewerker Agrarisch Loonwerk

Machinist/tractorchauffeur I

C

85% van cao-loon functiegroep C0

   

Algemeen medewerker onderhoud

B

85% van cao-loon functiegroep B0

2

Medewerker groen en cultuurtechniek

Machinist/tractorchauffeur I

C

85% van cao-loon functiegroep C0

   

Grondwerker I

C

85% van cao-loon functiegroep C0

2

Monteur mobiele werktuigen

Monteur I

C

85% van cao-loon functiegroep C0

2

Vakman GWW

Grondwerker II

C

85% van cao-loon functiegroep C0

3

Vakbekwaam medewerker agrarisch loonwerk

Machinist/tractorchauffeur II/III

D

90% van cao-loon functiegroep D0

3

Vakbekwaam medewerker groen en cultuurtechniek

Machinist/tractorchauffeur II/III

D

90% van cao-loon functiegroep D0

3

Machinist grondverzet (geen AOC opleiding)

Machinist/tractorchauffeur II/III

D

90% van cao-loon functiegroep D0

3

Allround monteur mobiele werktuigen

Monteur II

D

90% van cao-loon functiegroep D0

3

Allround vakman GWW

Grondwerker III

D

90% van cao-loon functiegroep D0

 

Lid 5

De werkgever kan de BBL-leerling maximaal 130% van het wettelijk minimum (jeugd)loon betalen. Vanaf 1 januari 2018 gelden specifieke minimum jeugdlonen voor BBL’ers.
In dat geval ontvangt de BBL-leerling als hij met goed gevolg zijn opleiding heeft afgerond, eenmalig een diplomatoeslag. Als de opleiding of de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werknemer en met instemming van de werkgever voortijdig wordt beëindigd, wordt de toeslag naar rato uitbetaald.

Lid 6

Dit artikel is van toepassing zowel op de situatie waarin sprake is van één schooldag per week als op de situatie waarin schooldagen zijn samengevoegd tot theorie-blokken van meerdere dagen per week. Bepalend is dat de verhouding werktijd – schooldagen op jaarbasis 4:1 is.

Lid 7

Bij samenloop met dit artikel prevaleert Artikel 35 Lid 9.